De sterallures van 2013. Een literair jaaroverzicht

Zegt het gemiddeld aantal toegekende sterren iets zinnigs over de literaire oogst van 2013? Op Recensieweb deelden de recensenten meestal drie sterren uit aan de boeken die zij lazen. Zou je hieruit kunnen concluderen dat de middelmaat regeert? Is schraalhans de literaire keukenmeester als maar negen boeken de hoogste lof, namelijk vijf sterren, kregen toegezwaaid? Of is dat juist wat aan de hoge kant, indachtig de waarheid dat goede literatuur per definitie zeldzaam is?

Ach, dat vermaledijde sterrensysteem! Tegenwoordig veel gebruikt, maar even vaak verguisd als een te grove versimpeling van een genuanceerd betoog. Misschien terecht, maar het kan extremer.

Mitsen en maren
Niet zo lang geleden is, vooral in de Verenigde Staten, de discussie weer opgelaaid of recensenten zich niet zouden moeten beperken tot het bespreken van boeken waarvan ze vinden dat die de moeite van het lezen waard zijn. Met andere woorden: prijs of zwijg. Want geef nou toe: wat heeft het voor zin om de schrijver op z’n lazer te geven als het kwaad (lees: het boek) al is geschied (lees: in de winkel ligt)? En waarom zou je de lezer vermoeien met al die mitsen en maren, terwijl die gewoon wil weten of er nog wat leuks te lezen valt?

Er is al veel over dit onderwerp gezegd. Vrij recent nog allerlei verstandigs door Liliane Waanders, wier stuk ik ter lezing van harte aanbeveel. Ik zou er nog het volgende aan toe willen voegen.

Goede literatuur doet recht aan de verscheidenheid van het leven; goede kritiek aan die van de literatuur. In de meeste recensies wordt noch met de botte bijl gehakt, noch met lauwerkransen gestrooid. En dat is meestal terecht. Waar bijvoorbeeld muziek de wonderlijke eigenschap bezit de luisteraar recht in het hart te treffen en hem letterlijk te ontwapenen, daar werkt literatuur meestal toch iets complexer op ons smaaksysteem. Literatuur spreekt zich uit over ons leven, in al zijn facetten en nuances. In een roman wordt een wereld opgeroepen die meestal verdacht veel op de onze lijkt. Waar die fictionele wereld met die van de lezer blijkt (of schijnt) te verschillen, daar kan het gaan schuren en jeuken. Ten nadele of ten gunste van des lezers oordeel. Of noch het een, noch het ander: de lezer in verwarring. En als je die verwarring hardop en enigszins coherent uitspreekt, ben je al hard op weg een recensent te worden.

De hoogste lof voor een muziekstuk is meeneuriën; die voor literatuur terugpraten. Beleefd en eerbiedig, dat wel, maar zelden zonder een contrapunt te plaatsen. Literatuur op haar best is een weerbarstig genre, en goede kritiek geeft zich daarvan rekenschap. Een zelfbewuste recensent krabt zich eerst vijf keer achter z’n oren, voordat hij evenzovele sterren uitdeelt.

Cijfertjes en lijstjes
Tot zover het voorbehoud. Hoogste tijd voor de cijfertjes en lijstjes.

In 2013 verschenen op Recensieweb 121 recensies met een gemiddelde lengte van 799 woorden, geschreven door 40 verschillende recensenten. Daarbij moet wel meteen aangetekend worden dat een ‘harde kern’ van 12 recensenten (die dit jaar minimaal vier recensies schreven) verantwoordelijk is voor zo’n 70 procent van alle bijdragen.

Zoals gezegd werden het vaakst drie sterren gegeven, namelijk 50 keer. Slechts drie boeken kregen de zuinigst mogelijke beoordeling: één ster. Die twijfelachtige eer viel te beurt aan Het bamischandaal van P.F. Thomése, Strak blauw van Renée van Marissing en In dienst bij de duivel van Naima El Bezaz. Hun recente bijdragen aan de Nederlandse literatuur werden afgedaan als respectievelijk ‘flodderwerk’, ‘wezenloos’ en ‘oppervlakkig’.

Aan de andere kant van het spectrum stralen de vijfsterrenboeken. Zij verdienen het uiteraard om hier apart genoemd te worden. Lijstje!

Debuut van het jaar
Recensieweb heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om aandacht voor debuterende schrijvers. Met 29 besprekingen van eerstelingen hebben we ons redelijk van onze taak gekweten. Belangrijker om te constateren is dat de meeste debuten dit jaar van behoorlijke kwaliteit bleken. Geen enkele debutant hoefde het met slechts één ster te doen; de meesten kregen er drie. Uitschieter was Vele hemels boven de zevende van de Vlaamse journaliste Griet Op de Beeck, die als enige debutant met het maximale aantal sterren werd onderscheiden.

Haar verhaal over vijf elkaar kruisende levens met evenzovele existentiële worstelingen mag dus met enig recht als ‘debuut van het jaar’ worden aangemerkt. Recensente Annette Jenowein prijst zowel de fraaie monologues intérieurs als de dialogen, waarin de Vlaamse tongval aangenaam tot leven wordt gewekt. De lezer zit dicht op de huid van de personages en krijgt een schaamteloze inkijk in zowel hun grootsheid als hun kleine kantjes. Jenowein:

‘Het mooie van Vele hemels is dat alle misère uiteindelijk tot loutering leidt, gelukkig zonder larmoyant te worden. En dat bij alle tragiek de hoop op vele hemels boven de zevende overeind blijft.’

Persoonlijke ontdekkingen
Ten slotte ruim baan voor de persoonlijke ontdekkingen van een aantal Recensiewebrecensenten. Zonder sterretjes, rijp en groen door elkaar, maar warm ter lezing aanbevolen vóór u zich stort op de nieuwe oogst van 2014.

Carmen Meuffels:
Mijn persoonlijke ontdekking van 2013 is eigenlijk een bevestiging van een eerdere ontdekking. In 2009 stuitte ik per toeval op De schoonmaker, het debuut van Judy Westerveld, dat ik met veel plezier gelezen heb. Dit jaar kwam haar tweede roman uit, Strak plan. De plot (een gediplomeerd clusterhoofd objectbeveiliging wil een drugsverslaafde heropvoeden door hem in huis te nemen) is absurd, de personages zijn allemaal even kansloos, en alle tekenen wijzen erop dat de situatie vroeger of later zal escaleren.

Het duurt even voor het zover is, maar dat is geen nadeel. Integendeel: in de tussentijd kun je als lezer genieten van Westervelds humor, die spreekt uit de gortdroge dialogen en uit de sarcastische verteltrant. En van de grenzeloze naïviteit van het hoofdpersonage Roel, die de drugsverslaafde Donny op aandoenlijk vertederde wijze benadert. Strak plan is spannend, komisch en – ondanks de heftige thematiek – luchtig.

Judy Westervelds debuut heeft naar mijn mening nooit de aandacht gekregen die het verdiende. Met deze persoonlijke nominatie hoop ik daarom een bijdrage – hoe klein ook – te leveren aan de aandacht voor haar tweede roman.

Leon Mosselman:
Soms stuit je als lezer op een boek waarvan je denkt: ´hoe is het mogelijk, precies mijn humor!´ Of: ‘dit zijn precies mijn (on)zekerheden die hier aan bod komen.’ Of het kan zijn dat de verhouding tussen twee personages een exacte weerspiegeling is van een verstandhouding die in jouw bestaan voorkomt. Dat kan je iets leren over je eigen leven. Soms liggen die leermomentjes in boeken er dik bovenop, maar ze zijn ook wel eens bescheiden ingeweven in een verhaal. Een boek dat mij enkele van die aforistische inzichtjes biedt wekt altijd mijn interesse.

Dit jaar ontdekte ik een Nederlandse auteur wiens boeken bijna uitsluitend uit dit soort momenten bestaan. Treffende observaties aan de lopende band, zonder ook maar in het minst de loop van het verhaal te verstoren. En dan nog zoveel meer. Die auteur is Hans Vervoort. Veel van zijn werk stelt hij als gratis e-book beschikbaar op zijn site: www.hansvervoort.nl.

John Hermse:
Echt nieuw is ze niet, want in 2006 deelde Recensieweb al vier sterren uit aan Zwartzuur, de debuutbundel van Anneloes Timmerije. Maar met haar nieuwste bundel Slaapwandelen bij daglicht is ze voor veel lezers vast nog een grote ontdekking; voor mij was ze dat in elk geval wel.

Timmerije schrijft zorgvuldig opgebouwde verhalen over vaak gewone mensen die voor een keerpunt in hun leven komen te staan. Stof te over voor groot drama, maar Timmerije houdt haar toon licht en het drama terloops. Met personages die vaak rechtstreeks uit het dagelijks leven lijken te zijn gestapt, maar ook de ruimte krijgen om te slaapwandelen en te dromen.

Juist door het drama niet al te groot uit te serveren, laat Timmerije de lezer vrij om zelf te ontdekken waar het in haar verhalen nou precies om te doen is. Die lezer komt er achter dat er meer valt te ontdekken dan je op het eerste gezicht misschien zou verwachten. Een ontdekking dus.

Johan Bordewijk:
De beste nieuwe Nederlandse boeken die ik gelezen heb dit jaar zijn van Allard Schröder (zie mijn recensie van De dode arm) en van Jan Brokken (De vergelding). Maar dat zijn niet echt onbekende schrijvers en dus geen echte ontdekkingen. Als het daarom gaat, dan kies ik voor Van dode mannen win je niet van Walter van den Berg.

Van den Berg schrijft een schokkerig soort proza. Korte, niet soepele zinnen volgen elkaar in staccato op. Dan komt er weer een stuk met langere beschrijvingen. Ook de interpunctie helpt; doordat de schrijver in dialogen niet de gebruikelijke aanhalingstekens gebruikt, is niet altijd duidelijk of het om gesproken tekst of om gedachten gaat. Op die manier speelt hij op een sterke manier met het begrip van de lezer. Hij zweeft als het ware tussen de personages.

Van dode mannen win je niet kiest het perspectief van de dader om onontkoombaar helder te maken wat voor klootzak dat is. Een navrant en sterk boek.

Rein Swart:
Hoewel ik er op het moment van schrijven nog in bezig ben, weet ik nu al dat Marie van Christophe Vekeman mijn boek van het jaar zal zijn. Een uitzonderlijk vrouw van dezelfde schrijver was mijn ontdekking van het jaar 2012. Zijn nieuwe roman gaat andermaal over een uitzonderlijke vrouw: het liefste meisje van de wereld volgens de man die tot haar dood twee jaar van haar nabijheid mocht genieten.

Het zijn vooral de lange, ingewikkelde zinnen die de roman zo mooi maken. Ik lees ze soms drie maal om ze te begrijpen en geniet steeds meer van de  stijl en inhoud. Lees en geniet, zou ik zeggen.

Just Houben:
Een ontdekking in de Nederlandse literatuur in 2013? Dan natuurlijk De republiek van Joost de Vries, een sterke roman die bij iedere lezing steeds meer prijsgeeft. De Vries houdt ervan om zijn boeken vol te stoppen met duidelijke of minder duidelijke verwijzingen. Sommige critici hebben in een enthousiaste speurbui zelfs sporen gevonden waarvan de auteur zich niet bewust was. Maakt natuurlijk niet uit, want als het jouw lezing meer betekenis geeft: ga je gang.

‘Hoe meer passages ik herlees en hoe langer ik erover nadenk, des te boeiender De republiek wordt,’ schreef ik erover in mijn bespreking. Steeds meende ik weer iets nieuws te ontdekken en moest ik weer terugbladeren om te zien hoe dat verband hield met een andere passage. Dat maakt het tot een van de interessantste romans van dit jaar. Ongetwijfeld heb ik ook veel dingen gemist – ik zou het nog eens moeten herlezen.

Daan Stoffelsen:
De oogst viel voor mij een beetje tegen dit jaar, en voor de ontdekkingen die ik wel deed (Vincent Overeem, Manon Uphoff) schaam ik me een beetje, omdat ik er zo laat bij ben. Ik hou het op Zendingsdrang van Richard de Nooy. Het is zijn derde roman; een schande dat ik niet eerder een heel boek van hem gelezen heb, maar goed: hij is een erg goede schrijver. Ik heb zijn boek nu al bijna drie keer gelezen. Het werd niet alleen steeds een beter boek, het was bij elke lezing ook een ander boek: het spel met genres, opvattingen, toon en stijl maakt zijn roman over dood en verderf vanuit een soort Pieter Baancentrum spannend, intrigerend, raadselachtig.

Eerder gepubliceerd op recensieweb.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *