De sterallures van 2013. Een literair jaaroverzicht

Zegt het gemiddeld aantal toegekende sterren iets zinnigs over de literaire oogst van 2013? Op Recensieweb deelden de recensenten meestal drie sterren uit aan de boeken die zij lazen. Zou je hieruit kunnen concluderen dat de middelmaat regeert? Is schraalhans de literaire keukenmeester als maar negen boeken de hoogste lof, namelijk vijf sterren, kregen toegezwaaid? Of is dat juist wat aan de hoge kant, indachtig de waarheid dat goede literatuur per definitie zeldzaam is?

Verder lezen

Een beetje lief en heel veel leed (Hans Hom: Het eind van het lied)

In Het eind van het lied, de debuutroman van Mann- en Musilvertaler Hans Hom (1942), staan twee echtelieden centraal die elkaar jarenlang in een beklemmende wurggreep houden: ze vechten elkaar de tent uit, maar laten elkaar niet los. Alle ingrediënten voor een wrang pas de deux zijn aanwezig, maar de verteller treedt te uitdrukkelijk op de voorgrond.

Verder lezen

‘Met een vaart van zooveel lyrische kilometers per uur.’ Couperus & de contemporaine kritiek

In september van het jaar 1913 verscheen Couperus’ mythologische roman Herakles. De vijftigjarige auteur beschouwde dit werk zelf als een van de hoogtepunten van zijn oeuvre, maar zijn lezers haalden hun neus op voor de avonturen van de tragische halfgod; het boek werd amper verkocht. Of de kritiek daar debet aan was, valt moeilijk te zeggen. De meningen waren, zoals zo vaak, verdeeld.

Verder lezen

Palingoproer als bloedeloze schoolplaat (Martin Schouten: Het palingoproer)

De omvang vanHet Palingoproer is met zo’n 200 pagina’s bescheiden te noemen, zeker voor een historische roman. Dat geldt niet voor de ambities van auteur Martin Schouten: in het korte bestek dat hij zichzelf heeft gegund, wil hij bovenal recht doen aan de historische werkelijkheid van het Amsterdamse fin de siècle. Dit gaat vooral ten koste van zijn personages, die maar niet tot leven willen komen.

Verder lezen

Het kleine groot en het verre dichtbij (Kees van Kooten: De verrekijker)

Het boekenweekgeschenk 2013 begint en eindigt met het raadsel van de confiscatie van Van Kootens verrekijker. Een erfstuk, dat zijn vader tijdens de oorlog zou hebben gevorderd – onrechtmatig? Tussendoor gist hij naar de toedracht, voert hij warme betogen voor het fysieke boek en het handschrift (en het dubbelspel!), haalt hij mooie herinneringen op aan zijn jeugd en zijn ouders, en is hij vooral geestig en onderhoudend. Zijn kwaliteiten als typetjesacteur (de kunst van de herhaling, overdrijving) en als chroniqueur van het eigen en andermans leven (het oog voor detail, eigenheid) betalen zich uit, maar zijn eerste stappen op het gebied van echte fictie zijn wat eigenaardig.

Verder lezen

Geen Couperushuis in Den Haag

Wat in het buitenland heel normaal is, blijkt in Nederland weer eens onmogelijk: het geboorte- of voormalige woonhuis van een beroemde schrijver inrichten als museum of literair-cultureel centrum, als tastbaar monument ter versterking van ons culturele geheugen. De Stichting Couperushuis Surinamestraat, die in 2008 op initiatief van econoom Arnold Heertje was opgericht om het voormalige woonhuis van Louis Couperus in Den Haag voor het publiek te behouden, wordt opgeheven. Van meet af aan was duidelijk dat men niet hoefde te rekenen op geldelijke steun van het Haagse gemeentebestuur of het rijk. Nadat de stichting aanvankelijk wel enkele commerciële en particuliere investeerders wist te interesseren voor haar plannen, gooide de kredietcrisis alsnog roet in het eten.

Verder lezen

Het lichaam als landschap: Herakles van Louis Couperus

Natuurbeschrijvingen zijn uit. Nou ja, schrijvers willen heus nog wel eens, als het zo uitkomt, een enkele bladzijde opsmukken met wat struweel hier of een boompje daar, maar alinea’s vol met zonnegoud dat langs de loveren vloeit, met melodieën van ruisende regenzang, met maandauw overdropen bloemen – nee, die kom je niet veel meer tegen. Het is showing wat de klok slaat; telling staat in het historische verdomhoekje. Men wil er niet meer aan; het duurt allemaal te lang, het houdt de handeling én de lezer op. En: voegt het nou echt iets wezenlijks toe aan het verhaal?

Verder lezen

Mevrouw Couperus van Sophie Zijlstra

Lef kun je Sophie Zijlstra niet ontzeggen. Het is altijd een hachelijke onderneming om beroemde mensen als personage in een roman te laten figureren, en al helemaal als het om een literair auteur gaat. Critici en ervaren lezers zullen er immers als de kippen bij zijn om het resultaat tegen de meetlat der historische geloofwaardigheid te leggen. Ook ligt de vergelijking met het literaire werk van de geportretteerde nogal voor de hand.

Verder lezen

Frédéric Bastet (1926-2008): biograaf tegen wil en dank

Op maandag 30 juni 2008 overleed Frédéric Bastet in zijn woonplaats Oegstgeest. Hij werd bekend door zijn Wandelingen door de antieke wereld, een vijfdelige reeks met kunsthistorische beschouwingen, maar bovenal door de biografie die hij schreef over Louis Couperus. In 2005 werd hem de P.C. Hooftprijs toegekend voor zijn essayistisch oeuvre. Ook was hij de zeer betrokken erevoorzitter van het Louis Couperus Genootschap.

Verder lezen

Eline Vere omringd door lollige karikaturen

Aan de inzet van hoofdrolspeelster Maria Kraakman ligt het niet. Zij kronkelt, dreint, fleemt, stampvoet en verleidt dat het een aard heeft. Haar onstuimige vertolking van Eline Vere is vooral heel fysiek, en je vraagt je met enige bezorgdheid af hoe zij dat de komende maanden, als het Nationale Toneel met het stuk door het land toert, gaat volhouden. Maar er is geen misverstand mogelijk: Eline Vere is een diep- en diepongelukkig wezen, dat danig met zichzelf in de knoei zit. Hoe is dat toch zo gekomen?

Verder lezen

Weinig verstilling in De stille kracht

Een avondje toneel is nog nooit zo snel voorbijgegaan. Dat zou als een compliment kunnen worden opgevat, maar in het geval van De stille kracht, de toneelbewerking van Ger Thijs naar de gelijknamige roman uit 1900 van Louis Couperus, valt dat nog te bezien. Vervelen deed het stuk geen moment, maar het drama voltrok zich in een tempo alsof men bang was dat het premièrepubliek in de Leidse schouwburg de laatste trein zou missen. 

Verder lezen

De drie meest gehoorde vooroordelen over Louis Couperus

Telt Louis Couperus (1863-1923) nog wel mee in de Nederlandse letteren? Worden zijn boeken nog gelezen? Natuurlijk: sinds jaar en dag heeft hij een prominente plaats in de officiële handboeken en literatuurgeschiedenissen. Er is een florerend genootschap, een goed bezochte website en een museum aan de auteur gewijd. In Arabesken, het tijdschrift van het genootschap, wordt zijn werk uitgebreid besnuffeld, binnenstebuiten gekeerd, geanalyseerd en van commentaar voorzien. Bovendien worden zijn bekendste romans nog met enige regelmaat herdrukt. Van welke andere Nederlandse schrijver van zijn generatie kan dat gezegd worden?

Verder lezen

Intuïtie als leidraad. Een vraaggesprek met Alex Verburg

Alex Verburg (Den Haag, 1953) verwierf in de jaren tachtig bekendheid als interviewer van nationale en internationale beroemdheden. In 2001 beschreef hij als biograaf Het voorlopige leven van Liesbeth List. Verleden jaar debuteerde Verburg als romanschrijver met Het huis van mijn vader, een melancholieke evocatie van een gezinsleven in de jaren vijftig en zestig en een subtiel portret van een opgroeiende jongen die een bijzondere relatie krijgt met zijn leraar.

Verder lezen

‘Een voorbijgaande filozofische dweperij’. Voorbeelden van dramatische ironie in De komedianten

Wanneer we een historische roman lezen, hebben we een geschiedkundige kennisvoorsprong op de personages. Zo heeft een Romeins staatsburger rond 100 na Christus misschien wel van het christendom gehoord, maar hij kan nog niet weten welke prominente rol deze ‘sekte’ in de wereldgeschiedenis zal gaan spelen. In De komedianten werkt Couperus dit gegeven op geheel eigen wijze uit.

Verder lezen

De verleidingstechnieken van Couperus

Schrijven is een vorm van verleiden. Niet zomaar even knipogen en een drankje aanbieden, maar een ingewikkelde, uitgebalanceerde liefdesdans die met veel souplesse en beleid dient te worden uitgevoerd. Het opwekken van spanning, van sympathie of juist antipathie voor de verschillende personages en het gebruik van ironie zijn voor de schrijver de beproefde methodes om de lezer in zijn ban te houden.

Verder lezen

Harry Prick: biograaf tussen de coulissen

Er is in kranten, tijdschriften en vakbladen inmiddels al even vaak gejuicht over de hier te lande eindelijk ontluikende biografietraditie als er in het verleden is getreurd om het Neerlands gebrek aan goede levensbeschrijvingen. De jubelkreten die het feit begroeten dat het leven van de belangrijkste kopstukken uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis nu eindelijk fatsoenlijk geboekstaafd is of wordt, duiden op een biografische dorst die nu ook sinds ongeveer een decennium structureel gelest wordt.

Verder lezen

Nederlandse klassieken definitief op het droge. Over de wording van de delta-reeks

Het werd halverwege de jaren tachtig aangekondigd als een project dat in Nederland tot dan toe ongekend was: uitgeverijen, overheid en editeurs zouden de handen ineenslaan om eindelijk eens een reeks literaire Nederlandse klassieken van de grond te krijgen die zich qua prestige moest kunnen meten met de Franse Pléiade-reeks. Na dit spannende tromgeroffel bleef het lange tijd akelig stil. Maar terwijl een aantal uitgeverijen een eigen klassiekenreeks begonnen, bleef men strijden voor de verwezenlijking van een stoutmoedige maar mooie droom. Een decennium en nog wat jaren later is het er toch van gekomen; eind mei van dit jaar werd met de uitgave van de eerste delen de DELTA-reeks ten doop gehouden.

Verder lezen

Een kijkje in de keuken van Couperus

Natuurlijk: wetenschappelijke methodes en opvattingen komen en gaan in de letteren, maar het moet wel heel raar lopen, willen de nu volledig uitgegeven Volledige Werken van Louis Couperus ooit aan verbetering toe zijn. Afgezien van de kwaliteit van de uitgave, die mij moeilijk te overtreffen lijkt, zou waarschijnlijk geen enkele subsidiebron nóg eens zo rijkelijk vloeien voor een dergelijke, kostbare editie waarvan toch zo’n – pakweg – veertig van de vijftig delen in principe onverkoopbaar zijn.

Verder lezen

De krabbels van Couperus, de komma’s van Van der Horst

Een van de gevolgen van het gebruik van de tekstverwerker door auteurs is dat bijna niets van het scheppingsproces zichtbaar blijft. Aanzetten, pennenprobeelsels, schetsen, afgekeurde alinea’s, geschrapte zinnen – een heel potentieel onderzoeksveld verdwijnt tegenwoordig in het zwarte gat van de elektronische prullenmand. De delete-toets is wat dat betreft verwoestender dan de open haard, overstromingen, oorlog, diefstal en lastige schrijversweduwes ooit geweest zijn.

Verder lezen

Het decadentisme als spookstroming in de Nederlandse literatuur

De literatuurhistorici zijn het erover eens: er zijn maar twee Nederlandse schrijvers die met enig recht mee zouden kunnen paraderen in de bonte stoet der decadenten die Mario Praz aan ons geestesoog voorbij laat trekken in zijn vermaarde studie die enkele jaren geleden onder de titel Lust, dood en duivel in het Nederlands verscheen. De eerste Nederlander heet Louis Couperus en kreeg warempel nog een plaatsje in de periferie van Praz’ universum – De berg van licht wordt ergens in een noot vermeld. Met onder meer een roman als Pathologieën zou Jacob Israël de Haan als tweede vertegenwoordiger van het decadentisme hier te lande kunnen worden genoemd, maar hij is al helemaal aan de aandacht van de boekhouder van het verderf ontsnapt. Als men dan nog bedenkt dat, behalve de genoemde romans, slechts een klein deel van het oeuvre van de beide auteurs zich laat interpreteren door middel van het decadentisme-concept, dan lijkt het dat de geschiedenis van de Nederlandse variant van de ‘décadence littéraire’ snel geschreven is.

Verder lezen