Het decadentisme als spookstroming in de Nederlandse literatuur

De literatuurhistorici zijn het erover eens: er zijn maar twee Nederlandse schrijvers die met enig recht mee zouden kunnen paraderen in de bonte stoet der decadenten die Mario Praz aan ons geestesoog voorbij laat trekken in zijn vermaarde studie die enkele jaren geleden onder de titel Lust, dood en duivel in het Nederlands verscheen. De eerste Nederlander heet Louis Couperus en kreeg warempel nog een plaatsje in de periferie van Praz’ universum – De berg van licht wordt ergens in een noot vermeld. Met onder meer een roman als Pathologieën zou Jacob Israël de Haan als tweede vertegenwoordiger van het decadentisme hier te lande kunnen worden genoemd, maar hij is al helemaal aan de aandacht van de boekhouder van het verderf ontsnapt. Als men dan nog bedenkt dat, behalve de genoemde romans, slechts een klein deel van het oeuvre van de beide auteurs zich laat interpreteren door middel van het decadentisme-concept, dan lijkt het dat de geschiedenis van de Nederlandse variant van de ‘décadence littéraire’ snel geschreven is.

Verder lezen